Na al die analyses van droog- en natvoeders die ik steeds heb over getikt en het lezen over het samenstellen van een weekmenu rauw vlees voor de kat, ging ik me afvragen welke vitaminen nu eigenlijk van belang zijn voor de kat en wat er gebeurt als ze er niet voldoende van binnen krijgen.
Dit heeft geresulteerd in een compleet overzicht van vitaminen die voor de kat van belang zijn, plus de gevolgen van een tekort of overschot. Dit overzicht hebben we inmiddels op onze homepage gepubliceerd.
De meest opvallende wetenswaardigheid vond ik bij vitamine C. Bij blaasgruis wordt er al snel geroepen dat dit een prima middel is om de urine te verzuren, en daarmee de kristallen op te lossen. Dat is zeker ook zo, MAAR:
Blaasgruis is een term waarmee verschillende problemen worden samengevat:
struviet-kristallen, calciumoxalaat-kristallen, uraat-stenen en cystine-stenen. Op de website van Dierenkliniek Vrieselaar staan deze in een verklarend artikel met foto’s geïllustreerd.
Bij een hogere zuurgraad in de blaas worden struvietkristallen inderdaad opgelost cq voorkomen. Echter een veel te hoge zuurgraad werkt juist calciumoxalaatstenen in de hand en die zijn NIET oplosbaar. Deze moeten operatief worden verwijderd.
Ga dus niet klakkeloos vitamine C aan de blaasgruiskater toedienen, maar laat de zuurgraad van de urine bij de dierenarts testen om te bepalen of de dosis die je geeft niet te hoog is.
Ook kan je zelf thuis met ‘diagnostisch kattengrit’ als Nullodor Health Indicator vaststellen of de urine niet te zuur is.
Een ideale zuurgraad voor de kat ligt tussen de 6,0 en de 6,5 ph. De zuurgraad mag zeker niet hoger zijn dan 7,0 ph!
|
Vitamine A |
Vitamine A is noodzakelijk voor celvermeerdering (celgroei) en celregeneratie (celherstel). Katten kunnen deze vitamine niet zelf aanmaken en zijn hierdoor aangewezen op vitamine A uit dierlijke producten (zoals lever, eieren, boter, levertraan en vette vis). Een teveel aan vitamine A kan vitamine A vergiftiging veroorzaken met als gevolg afwijkingen in het skelet en/of kreupelheden. Bij een tekort aan vitamine A worden de groei en het zenuwstelsel ongunstig beïnvloed, kan nachtblindheid ontstaan en aantasting van de slijmvliezen van vele organen, met als gevolg een grotere gevoeligheid voor infecties. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vitamine B-complex |
Het vitamine B-complex bestaat uit thiamine, riboflavine, nicotinamide, calciumpantothenaat, pyridoxine, biotine, foliumzuur en cyanocobalamine. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vitamine B1 (thiamine)
|
Deze vitamine komt o.a. voor in gist, tarwekiemen, vlees, eieren en melk. Een tekort aan vitamine B1 veroorzaakt bij mens en dier beriberi: verlies van eetlust, spijsverteringsstoornissen, allerlei onbestemde klachten, langdurige sloomheid met uiteindelijk het optreden van verlammingen. Soms is het derde ooglid gedeeltelijk over het oog getrokken, vanaf een bepaald stadium gaat de kat zelfs scheel kijken. Vitamine B1 behoort eveneens tot de belangrijke elementen ter voorkoming en behandeling van, onder andere, bepaalde zenuwziekten en hartaandoeningen. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vitamine B2 (riboflavine) |
Vitamine B bestaat uit zeker 9 verschillende stoffen, waarvan riboflavine de meest belangrijke is. Riboflavine komt voor in bijvoorbeeld gist, vlees, eieren en melk, maar wordt bij hond en kat ook door darmbacterieën geproduceerd. Een tekort aan vitamine B2 veroorzaakt huidklachten, groeistoornissen, storingen in het centrale zenuwstelsel en bij de spijsvertering. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vitamine B3 (nicotinezuur) |
Deze vitamine wordt ook nicotinezuur of niacine genoemd en komt vooral voor in vlees, vis, granen en champignons. Deze vitamine draagt bij aan de gezondheid van de huid en de kwaliteit van de vacht van hond en kat. Niacine wordt ook wel vitamine PP genoemd, wat afgeleid is van pellagra-preventing. Pellagra is een huidziekte die de huid ruw maakt. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vitamine B5 (pantotheenzuur) |
Vitamine B5 maakt onderdeel uit van het zeer belangrijke co-enzym A dat een sleutelrol speelt in de productie van energie uit koolhydraten, vetten en eiwitten. Het is een vitamine die in bijna alle voeding voorkomt, waardoor gebrek aan vitamine B5 uitzonderlijk is. Dit gebrek manifesteert zich door middel van vermoeidheid, depressies, maag- en darmklachten, afname eetlust en spierkrampen. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vitamine B6 (pyridoxine) |
Vitamine B6 speelt een rol bij alle processen van de eiwitstofwisseling en bij de productie van de hormonen, bloedcellen en energie. Het bevordert het de opname van vitamine B12.Een gebrek aan vitamine B6 in de voeding uit zich door huid-, zenuw- en bloedafwijkingen. Vitamine B6 komt voor in gist, tarwekiemen en vlees. Melk-producten en granen bevatten slechts een zeer kleine hoeveelheid. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vitamine B9-B11 |
Wordt ook wel foliumzuur genoemd. Speelt een rol in het voorkomen van bloedarmoede en zenuwstoornissen. Daarnaast dient het in grotere hoeveelheden in de voeding van oudere dieren aangeboden te worden, of in geval van spijsverteringsproblemen (diarree) of bij bloedarmoede. Foliumzuur is nauw betrokken bij zowel alle processen die te maken hebben met de stofwisseling van eiwitten, als bij het aanmaken van moleculen die het genetisch materiaal (DNA) bevatten. Komt voor in gist en lever, maar ook in groene groenten zoals spinazie, waterkers en sla. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vitamine B12 (cyanocobalamine) |
Vitamine B12 speelt een rol bij de eiwitopbouw in het lichaam en de productie van rode bloedlichaampjes. Bij een gebrek aan vitamine B12 ontstaan stoornissen in groei en vruchtbaarheid en treden er afwijkingen op in de samenstelling van het bloed. Ouderdom, vegetarisme en spijsverteringsziekten kunnen een tekort aan vitamine B12 veroorzaken, wat dan aangevuld dient te worden via de voeding. Ook verschillende types kanker kunnen een tekort veroorzaken. Vitamine B12 bevindt zich uitsluitend in dierlijke producten (lever, niertjes, vis, vlees). In planten en groenten treft men het niet aan. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vitamine C |
Vitamine C is een vitamine die door de kat in het eigen lichaam wordt geproduceerd. Het is een natuurlijke pijnstiller en ontgifter. Het draagt in belangrijke mate bij aan het immuunsysteem en speelt een grote rol in de opbouw van collageen, het bindweefsel dat letterlijk het lichaam bijeenhoudt. Het voorkomt en vermindert ouderdomsproblemen, door lichamelijke inspanning ontstane stress in de cellen en gewrichtsaandoeningen (artrose) etc. Verder kan het bijdragen aan het voorkomen van struviet, door het feit dat overschotten aan ascorbinezuur als oxalaat in de urine wordt uitgescheiden. Echter let op de dosis (zuurgraad van de urine bij de dierenarts laten checken), want een te hoge zuurgraad kan de vorming van calciumoxalaat in de urinewegen in de hand werken. Calciumoxalaat is NIET oplosbaar en moet operatief worden verwijderd. In het algemeen is vitamine C niet onmisbaar voor hond en kat, maar kan belangrijk worden als toevoeging aan de voeding als het dier niet meer in staat is er zelf genoeg van te produceren.Vitamine C is wijd verbreid in de natuur; men treft het aan in alle planten, vooral in citrusvruchten (citroen, sinaasappel), bessen (zwarte bes), kiwi of aardbeien. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vitamine D |
Vitamine D is een in vet oplosbare vitamine die wordt aangemaakt door de nier en komt voor in dierlijke producten zoals vlees, boter, room, eierdooiers en levertraan. Vitamine D speelt een essentiële rol in de regulering van de stofwisseling van calcium en fosfor:- vergroting van de darmopname van calcium en fosfor;- verbetering van het vasthouden (of het loslaten) van calcium door de botten;- vermindering van fosforverlies bij urine-uitscheiding. Ze vervult tevens belangrijke functies in andere organen: borstklieren, placenta, spieren, alvleesklier, huid etc.. Een tekort aan vitamine D kan rachitis (Engelse ziekte) veroorzaken. Dit is echter bij katten en honden een zelden voorkomende ziekte. Dieren met een gezonde nierwerking die regelmatig buiten in het zonlicht komen (ultraviolette stralen), zullen niet snel een vitamine D-tekort vertonen. Een teveel aan vitamine D kan leiden tot vergiftiging die gepaard gaat met o.a. misselijkheid en braken en kan op termijn tot abnormale verkalkingen van botten leiden. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vitamine E |
Vitamine E is een in vet oplosbare vitamine. Deze vitamine versterkt het afweersysteem, verhoogt de weerstand tegen infecties, wordt gebruikt bij huidproblemen, vertraagt het verouderingsproces en verlaagt het risico op kanker. Verder zorgt het voor vruchtbaarheid en een normaal verloop van de dracht. Wordt gebruikt als anti-oxidant in kattenvoeders. Komt voor in tarwekiemen, boter, lever, vette vis en visolie. Gebrek aan vitamine E kan leiden tot spierdegeneratie, onder andere van de hartspier. Ook een gebrek aan levenskracht en het wegkwijnen van kittens wordt wel eens geweten aan vitamine E-gebrek bij de moederpoes. Vitamine E komt vooral voor in plantaardige oliën, oliehoudende zaden en graankiemen, lever, eieren en boter. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vitamine K |
In vet oplosbare vitamine die verantwoordelijk is voor een normale bloedstolling. Normaal gesproken wordt deze vitamine in voldoende mate aangemaakt doorbacteriën in de dikke darm en wordt bij katten in de lever opgeslagen om een ‘voorraadje’ achter de hand te hebben. Echter bij diarree en verstoring van de darmflora door bijvoorbeeld antibiotica, kan een gebrek aan deze vitamine optreden. Een tekort aan vitamine K veroorzaakt zowel kleine spijsverterings- en neusbloedingen als kleine huid- en hersenbloedingen, omdat dan geen bloedstolling meer optreedt. Deze kleine bloedinkjes, die soms onzichtbaar zijn, leiden op de lange duur tot bloedarmoede (tekort aan rode bloedlichaampjes, die de zuurstof in het bloed vervoeren). Een aanvulling via de voeding voorkomt deze risico’s. Vitamine K komt voor onder andere in kool, peterselie en spinazie. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Deze vitamine komt o.a. voor in gist, tarwekiemen, vlees, eieren en melk. Een tekort aan vitamine B1 veroorzaakt bij mens en dier
Vitamine B5 maakt onderdeel uit van het zeer belangrijke co-enzym A dat een sleutelrol speelt in de productie van energie uit koolhydraten, vetten en eiwitten. Het is een vitamine die in bijna alle voeding voorkomt, waardoor gebrek aan vitamine B5 uitzonderlijk is. Dit gebrek manifesteert zich door middel van vermoeidheid, depressies, maag- en darmklachten, afname eetlust en spierkrampen.
In het algemeen is vitamine C niet onmisbaar voor hond en kat, maar kan belangrijk worden als toevoeging aan de voeding als het dier niet meer in staat is er zelf genoeg van te produceren.
In vet oplosbare vitamine die verantwoordelijk is voor een normale bloedstolling. Normaal gesproken wordt deze vitamine in voldoende mate aangemaakt door













Ik heb ook ergens gelezen dat de reden dat katten zo dol zijn op gras, niet zozeer komt omdat ze haarballen proberen op te geven, maar omdat gras rijk zou zijn aan foliumzuur (B9/B11). Dat zou ook de reden zijn dat bijvoorbeeld honden ook gras eten, terwijl die geen haarbalvorming hebben. Weet de bron niet meer en weet ook niet in hoeverre dit op waarheid berust…
Het kattengras dat meestal verkocht wordt in dierenwinkel of tuincentrum zijn doorgaans jonge graanplanten (tarwe, gerst of haver). Je kunt ook vrij eenvoudig zelf kattengras kweken door deze graankorrels te laten kiemen en planten (gerst en tarwe zijn bijvoorbeeld bij de meeste natuurvoedingswinkels te koop, bij sommige dierenwinkels verkopen ze ook zgn. kiemzaden als vogelvoer).
Hoi Marijke,
ik heb zelf ook ergens gelezen dat katten de mineralen en vitaminen uit grassappen nodig zouden hebben en dat dat ook een reden voor katten is om gras te eten.
Ik weet niet of het waar is natuurlijk, ik lees er dingen over maar allerlei tegenstrijdige informatie.
Dierenartsen zeggen toch ook dat katten die gras eten echt wel last van hun maag of spijsvertering hebben. Maagzuurproblemen kan ook.
Ik weet niet wat het nou is, een goede oplossing om toch iets bepaalds binnen te krijgen, of een symptoom van klachten van de maag enzo.
Lastig.
Beide theorieen klinken wel logisch.
Groeten van Maria